Jouw VCA Kenniscentrum
Welkom bij onze uitgebreide kennisbank vol praktische informatie over VCA en veiligheid op de werkvloer. Hier vind je antwoorden op al jouw vragen, van basiskennis tot verdiepende onderwerpen over veiligheidsrichtlijnen en wetgeving. Of je nu cursist bent die zich voorbereidt op het VCA-examen, werkgever die meer wil weten over bedrijfscertificering, of gewoon geïnteresseerd bent in veilig werken - wij helpen je verder.
Vaak gezochte onderwerpen: verschil tussen VCA diploma en certificaat
Veilig werken met elektriciteit: regels, bevoegdheden en tijdelijk materieel
Elektriciteit zie je niet en dat maakt het verraderlijk. Een beschadigde kabel of een verkeerd gebruikte haspel kan gevaar opleveren voordat je doorhebt dat er iets mis is. In dit artikel lees je wat de regels zijn voor werken aan en nabij elektrische installaties, wie wat mag en waar je op let bij tijdelijk elektrisch materieel.
Wat maakt elektriciteit gevaarlijk?
Hoe ernstig het letsel bij contact met elektriciteit is, hangt af van de weg die de stroom door het lichaam aflegt, de stroomsterkte, de duur van de schok en de soort spanning. Hoeveel stroom er bij een bepaalde spanning door je lichaam loopt, hangt af van de weerstand. Een vochtige huid heeft een lagere weerstand en ook de ondergrond en je schoeisel spelen mee: linoleum en rubber hebben een hoge weerstand, aarde, klinkers en beton een lage.
Ter illustratie: bij ongeveer dertig milliampère kunnen spierkramp, bloeddrukstijging, een moeilijke of onregelmatige hartslag en bewusteloosheid optreden, met kans op hartkamerfibrillatie. Bij hoogspanning is bovendien niet alleen aanraking gevaarlijk: te dicht naderen is dat ook.
Artikel 3.1 van het Arbobesluit trekt de grens tussen laag- en hoogspanning bij 1000 volt wisselspanning tussen de fasen of 600 volt tussen een fase en aarde en bij 1500 volt gelijkspanning tussen de polen of 900 volt tussen een pool en aarde. Spanningen tot en met deze grenswaarden vallen onder laagspanning; daarboven is sprake van hoogspanning. Als richtlijn geldt dat 50 volt wisselspanning en 120 volt gelijkspanning onder droge omstandigheden als veilige spanning mogen worden beschouwd. Het blijft een richtlijn: ook bij die spanningen kun je een schok krijgen.
Spanningsloos werken is de hoofdregel
Het Arbobesluit bepaalt dat werkzaamheden aan of in de nabijheid van een elektrische installatie alleen worden uitgevoerd als het deel waaraan of waarbij gewerkt wordt spanningsloos is. Werken onder spanning is de uitzondering en op laagspanning mag dat alleen als aan drie voorwaarden tegelijk is voldaan: de dringende noodzaak is aangetoond, er is uitdrukkelijk opdracht toe gegeven door een bevoegde werknemer en de installatie is er geschikt voor terwijl er doeltreffende maatregelen zijn genomen.
Spanningsloos werken betekent in de praktijk: de installatie volledig scheiden, beveiligen tegen opnieuw inschakelen en controleren of zij echt spanningsloos is. Aarden en kortsluiten is bij laagspanning nodig als het risico bestaat dat de installatie tijdens het werk onder spanning kan komen. Actieve delen in de nabijheid worden afgeschermd of buiten bereik gehouden. Pas daarna begin je. Meer over het energievrij maken van installaties lees je in ons artikel over het veiligstellen van machines.
Wie mag wat: leek, VOP en VP
De norm NEN 3140 gaat over de veilige bedrijfsvoering van elektrische installaties op laagspanning. Die norm is zelf geen wet, maar geldt als de gangbare manier om aan de open normen uit het Arbobesluit te voldoen. De VCA-examenstof werkt met de indeling uit NEN 3140 en omschrijft daaruit onder meer:
- Leek: iemand die niet is aangewezen en niet elektrotechnisch deskundig is; bevoegdheden: geen
- Voldoend onderricht persoon (VOP): iemand die door vakbekwame personen voldoende is geïnstrueerd over de elektrische gevaren die hij kan tegenkomen, waardoor hij die gevaren kan voorkomen; een VOP voert zorgvuldig omschreven werkzaamheden uit, op basis van voldoende instructie en regelmatig toezicht; voor elektrotechnisch werk met meer diepgang is meer vakbekwaamheid nodig
- Vakbekwaam persoon (VP): een aangewezen persoon met relevante elektrotechnische opleiding en ervaring, waardoor hij de gevaren van elektriciteit kan herkennen en voorkomen
In VCA-lesmateriaal kom je ook de schrijfwijze voldoende onderricht persoon tegen. Het gaat om dezelfde aanwijzing.
Daarboven staan nog de werkverantwoordelijke en de installatieverantwoordelijke. Belangrijk detail: een cursus of examen maakt je nog geen VOP of VP. Je wordt aangewezen en die aanwijzing wordt schriftelijk vastgelegd. Daarin staat welke bevoegdheden je hebt: aan welke installaties, op welke plaatsen en voor welke werkzaamheden.
Welke maatregelen beschermen je?
De VCA-examenstof noemt zes maatregelen tegen elektrische gevaren: fysieke afscherming, dubbele isolatie, isolatie, aardlekbeveiliging, het gebruik van zeer lage spanningen en aarding.
Over de aardlekschakelaar is één nuance belangrijk. Die detecteert aardlekken en schakelt de spanning uit zodra de lekstroom boven een bepaalde waarde komt, maar hij biedt geen absolute veiligheid, moet regelmatig worden getest en beschermt niet tegen overstroom, opwarming en kortsluiting.
Veiligheidsaarding verbindt aanraakbare metalen delen met aarde. Bij een isolatiefout kan daardoor een foutstroom lopen, zodat de beveiliging de voeding snel uitschakelt en een gevaarlijke aanraakspanning zo kort mogelijk aanwezig blijft. Volgens de VCA-examenstof is aarding van steigers verplicht als zich daarop of daaraan elektrische kabels, leidingen of elektrisch materieel bevinden die onder een niet-veilige spanning staan.
Tijdelijk elektrisch materieel op de bouwplaats
Op een bouwplaats ligt de installatie er tijdelijk en dat vraagt extra oplettendheid:
- Controleer vooraf visueel op beschadigingen en afwijkingen; meld beschadigingen en gebruik beschadigd materieel niet
- Aardlekbeveiliging: in de bouwstroomaansluitkast geldt een aardlekschakelaar van 30 milliampère per uitgaande voeding als extra veiligheid
- Kabelhaspels: een haspel die niet helemaal is afgerold kan zeer heet worden en brand veroorzaken; rol hem helemaal af en houd het maximaal toelaatbare vermogen aan, dat in opgerolde en afgerolde toestand verschilt
- Verlengkabels: let op overbelasting en zorg dat de kabel geschikt is voor het vermogen van wat je erop aansluit
- Omkastingen: die beschermen tegen binnendringend vocht en stof en tegen stoten en vallende voorwerpen, voor zover de beschermingsgraad van de kast reikt; reken voor die bescherming niet op dubbele isolatie, want die beschermt niet tegen vocht en stof
Aan elektrisch aangedreven handgereedschap wordt de eis gesteld dat het dubbel geïsoleerd en niet geaard is. In besloten ruimten met geleidende wanden wordt met veilige spanning gewerkt.
Conclusie
De hoofdregel is eenvoudig: spanning eraf (tenzij er een aantoonbare reden is om dat niet te doen) en dan alleen met opdracht en maatregelen. Daarnaast is het maar de vraag of je het werk zelf mag doen, want dat hangt af van je aanwijzing en niet van je cursus. Op de bouwplaats zit het risico vaak in de kleine dingen: een niet-afgerolde haspel, een beschadigde kabel of een omkasting die open staat.